Bosma werkte vanuit zijn atelier aan de Stadhouderskade 100 in Amsterdam. Zijn schilderijen en aquarellen zijn uitgevoerd in een constructief-expressionistische trant en tonen een fascinatie voor het moderne leven: landschappen, havens, figuren, spoorwegviaducten, treinen, boten en vliegmachines. Tot zijn bekendste werken behoren de stations- en havengezichten uit de jaren dertig, waarin hij een nieuw-zakelijke, realistische stijl hanteerde. Na 1945 verbreedde zijn thematiek zich en verschenen naast technische onderwerpen ook andere motieven; een terugkerend en geliefd onderwerp was de Afrikaanse vrouw. Daarnaast was Bosma een groot liefhebber van jazzmuziek, wat de ritmiek en dynamiek in zijn werk weerspiegelt.
Zijn werk werd aangekocht door toonaangevende musea, waaronder het Centraal Museum, het Gemeentemuseum Den Haag en het Stedelijk Museum Amsterdam, en bevindt zich daarnaast in diverse particuliere collecties.
Bosma was overtuigd communist en lid van de kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken. Toen deze vereniging zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aansloot bij de Nederlandsche Kultuurkamer, verbrak Bosma zijn band: lidmaatschap van een aan nazi-Duitsland gelieerde instelling was voor hem onverenigbaar met zijn overtuigingen.
Wim Bosma was de broer van Jan Johannes Bosma, tuinarchitect en ontwerper van het Bijenpark in Amsterdam.
















































































































